II. De tweede cantate is voor Tweede Kerstdag: De christelijke gemeente richt zich met aandacht op de geschiedenis van de herders. Bach neemt hier een vroegchristelijke exegese op. Hij vertolkt hier waarom de engelen het Evangelie allereerst aan de herders verkondigen, namelijk vanwege Gods handelen vanaf het begin der tijden. Wie werd er geroepen door God om alle volken te zegenen? De herder Abraham. Bach stipt deze lijn van de openbaringsgeschiedenis kort aan. Vanzelf komt de gedachte aan Abel, Abraham, Jacob, Mozes en David op. Om hier de juiste snaar te raken, kiest Bach voor de toonsoort G-dur. Deze toont het landelijke en idyllische beeld van de velden van Efratha zien. De stemming is rustig en bezield door deze toonsoort, hij staat voor oprechte vriendschap en liefde, waardoor het hart beroerd wordt. Het is een teken van Christus’ afdalen uit de hemel naar de aarde om de mensen aan te spreken als ‘Vriend.’ Ook de instrumenten spreken mee. De herders worden vertolkt door de hobo die in deze cantate iets lager klinkt en die uitdrukking is van hun liefde voor het Kerstkind. De engelenwereld klinkt in de fluiten en verkondigt de blijdschap van de geboorte van Gods Zoon.
Kerst 2016
Jan-Willem Scheurwater
Jannet Scheurwater
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.