Blog van Jan-Willem Scheurwater en Jannet Scheurwater over het begrijpen van klassieke muziek

Muze

Muze
De negen muzen — Clio, Thaleia, Erato, Euterpe, Polyhymnia, Calliope, Terpsichore, Urania, Melpomene —Romeinse sarcofaag, 2e eeuw

Het WeihnachtsOratorium (BWV 248 VI) beluisterd vanuit de toonsoorten

VI. Het zesde deel staat in het teken van de dramatiek waarin de geschiedenis met Christus’ komst is terechtgekomen en is bedoeld voor het feest van Epifanie op 6 januari. Bach wil zeggen: nu Christus gekomen is, neemt de geschiedenis een wending. Het einde der tijden is aangebroken: Christus heeft zijn rechtmatige plek opgeëist en ingenomen. Dat brengt als het ware de hel in beweging, de duivel weet dat het laatste stadium van de aardse geschiedenis begonnen is. En zo breekt de confrontatie van  de machten aan. Wie heeft de uiteindelijke macht? Christus. Hij wordt bezongen als de Overwinnaar. Alleen al door Zijn geboorte en door het feit dat Hij gevonden en aanbeden wordt, is Hij de grote Overwinnaar. Hij is ook degene die de wraak toekomt, aldus Bach. De geschiedenis draait nu om de vraag wie alle lof en eer toekomt, wie er in de geschiedenis voor ons instaat. Christus, die alle macht heeft, staat voor de mensheid in. Deze laatste cantate staat weer in de zelfde toonsoort als het openingsdeel (D-dur): een groot Halleluja. De toonsoort D staat ook voor Deus, God en is gelijke aan de Italiaanse notering Re dat voor Rex, Koning staat.


Kerst 2016

Jan-Willem Scheurwater
Jannet Scheurwater

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.